Zelfhulpgroepen en lotgenotencontact zijn ondersteunend voor de mantelzorg. Zelfhulp is te beschouwen als Informele Zorg: een andere zorg voor de patiënt naast de reguliere zorg. Met name uit de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en de verslavingszorg komen steeds meer beleidsvoornemens om zelfhulp in de zorgketen te betrekken. Dit proces verloopt beter als er een steunpunt voor zelfhulpgroepen aanwezig is. Een steunpunt en met name de coördinator heeft relaties met beleidsmakers en is in staat de zelfhulp zichtbaar en bereikbaar te maken. Belangrijk is verder de Alcoholnota van het Ministerie van VWS, waarin het belang van zelfhulpgroepen voor, met name de nazorg voor verslaafden, wordt onderstreept.

De overheid geeft hiermee aan de verwijzingen tussen verslavingszorg en zelfhulp te willen stimuleren en de toegang tot zelfhulpgroepen te willen verbeteren. Deze positieve houding dient ook in de andere sectoren van de gezondheidszorg gestimuleerd te worden. Zelfhulp past in een beleid waarin informele zorg steeds meer aandacht krijgt. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt hiertoe de gelegenheid.